Terug naar bijeenkomst 13 januari 2021

De gezonde regio in Zoetermeer is weer een stap verder. Woensdag 13 januari presenteerden 6 werkgroepen in een online event met ruim 70 zorgverleners de belangrijkste punten uit hun onderwerpen voor de zorg van de toekomst: acute zorg, chronische zorg en oncologische en palliatieve zorg. Wethouder Ingeborg ter Laak en bestuursvoorzitters Ruben Wenselaar (Menzis) en Joep de Groot (CZ) waren digitaal aanwezig. “Ik ben erg onder de indruk van jullie plannen,” zegt wethouder Ter Laak. “De juiste zorg op de juiste plek, dat kan alleen maar samen. Ik ben vol vertrouwen dat we dit met jullie toewijding en expertise gaan realiseren.” Wenselaar en De Groot sloten zich bij de wethouder aan: “Complimenten dat jullie, zelfs in deze tijd van corona en vaccineren, de ruimte nemen om complexe zaken uit te denken.” De verzekeraars gaven aan enthousiast te zijn en graag mee te werken. “Maak interventies concreet en meetbaar en focus je op een beperkt aantal die de meeste impact hebben. Als het ergens kan, dan kan het in Zoetermeer.”

Samen vraag opvangen

Een gezonde regio Zoetermeer in 2025. Dat is de ambitie van aanbieders van zorg- en welzijn, de gemeente Zoetermeer en zorgverzekeraars Menzis en CZ. Zij hebben de handen ineengeslagen om de zorg en welzijn voor inwoners te verbeteren, dichtbij huis te organiseren en voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat is nodig, want de vraag naar zorg en welzijn neemt de komende jaren enorm toe, terwijl we niet meer zorgprofessionals en mantelzorgers krijgen. “Met deze ontwerpen ligt er een belangrijke basis voor de toekomst van een gezonde regio in Zoetermeer,” zegt Heleen van Nispen programmadirecteur Zoetermeer 2025. “Ondanks de dagelijkse hectiek en de aanhoudende corona golf hebben alle werkgroepen met veel inzet en grote betrokkenheid een ontwerp gemaakt voor de regionale samenwerking. Dit is een duurzame beweging voor en door professionals.”

Gezonde leefstijl

Een van de sleutelbegrippen die in alle eindontwerpen naar voren komt, is preventie. Cardioloog Marjo Hordijk: “Zoetermeerders leven ongezonder dan gemiddeld. We verwachten dan ook een sterkere toename van het aantal chronische ziekten. In Zoetermeer hebben we de Gecombineerde Leefstijl Interventie, een programma waarbij volwassen aan hun leefstijl werken: gezondere voeding, meer bewegen, minder stress en voldoende slaap. Gezonde inwoners hebben minder zorg en welzijn nodig. Op dit moment is er alleen een vergoeding voor diabetes, maar er zijn meer factoren die een vroegsignalering zijn van chronisch zorg. Denk aan boezemfibrilleren. De Gecombineerde Leefstijl Interventie willen we uitbreiden en meer toegankelijk maken voor specialisten.”

53% van de Zoetermeerders heeft overgewicht. “Dat vind ik schrikbarend,” licht wethouder Ter Laak toe. “Wat hebben deze inwoners nodig om gezonder te leven? Dat vind ik belangrijk om te weten. Jullie hulp kan ik hierbij goed gebruiken. Samen kunnen we inwoners inzicht geven in wat een gezonde leefstijl is, op zo’n manier dat ze ook echt de baten gaan zien en voelen. De corona pandemie en de grotere risico’s bij een ongezonde leefstijl is misschien een breekijzer om deze discussie maatschappelijk te gaan voeren.“ Vele werkgroepen geven inderdaad aan met de gemeente samen te willen werken op preventieprogramma’s en voorlichting voor inwoners.

“Preventie is een thema dat in Nederland te weinig aandacht krijgt en ondergewaardeerd wordt,” zegt Ruben Wenselaar, bestuursvoorzitter van Menzis. “Gemeenschappelijke doelen rondom kwaliteit van leven en het aanpakken van sociale problematiek zijn essentieel. We moeten in de volle breedte kijken naar hoe we dat concreet gaan aanpakken. Ik merk dat er energie en oplossingen ontstaan, als we met elkaar het gesprek voeren over welke gezondheidsdoelstellingen we willen bereiken. Laten we ons gezamenlijk aan die ambities committeren: concreet, scherp en maatschappelijk relevant.”

Vroegtijdige interventies

Proactieve zorgplanning en tijdige, goede communicatie met cliënten/patiënten om onnodige en overbehandeling tegen te gaan, komt ook in de eindontwerpen terug. In de werkgroep Oncologische en palliatieve zorg bijvoorbeeld. Huisarts Ingeborg van der Jagt: Het is belangrijk om vroegtijdige zorginterventies in te zetten, niet alleen in de oncologie maar in veel bredere zin. Ga vroegtijdig met mensen met een levensbeperkende aandoening en hun mantelzorger in gesprek over welke behandelingen we wel of juist niet in zetten. Op die manier sluiten we beter aan bij het leven van de patiënt.” Mirjam Willemsen, patiënt en huisarts gaf in een video duiding: “Plan onderzoek en behandeling om het leven van mij als patiënt in plaats van mijn leven om het onderzoek. Eén aanspreekpunt voor de patiënt is belangrijk, net als echte aandacht en tijd.” Bestuursvoorzitter van CZ Joep de Groot beaamt wat Mirjam zegt: “We moeten voortdurend de mens achter de doelen blijven zien en onszelf blijven afvragen: zijn onze doelen ook de doelen van de patiënt? Wordt de patiënt hier beter van?”

Van der Jagt: “De uitdaging zit in hoe we dit gezamenlijk gaan oppakken. Nu is dit gesprek soms nog niet gevoerd of, als dat wel is gebeurd, niet vastgelegd. Huisartsen kunnen in elkaars dossiers kijken maar dat geldt niet voor de medewerkers van de SEH of de meldkamer van de ambulance. Soms worden patiënten in de laatste fase daardoor toch nog ongewenst verplaatst. Goede, proactieve zorgplanning is daarom belangrijk en met name dat iedereen daarvan op de hoogte is.”

Advanced Care Planning is het tijdig herkennen en bespreekbaar maken van het levenseinde met cliënten en patiënten. Het helpt mensen na te denken over hoe zij de palliatieve fase willen inrichten. Goed dat we hierover nadenken en in gesprek zijn. Nu is het vaak nog een taboe. Het is goed om de laatste levensfase bespreekbaar te maken en als mens na te denken wat voor jou waardevol in die fase.

Intensiveren verticale en horizontale samenwerking

“We creëren een grote gezondheidswinst als we de time to treatment zo kort mogelijk houden,” vertelt Neuroloog Judith Rath. “Rondom de acute CVA zorg hebben we partnerafspraken met het Haga Ziekenhuis. Patiënten met een intraveneuze trombolyse komen naar de SEH van het LangeLand Ziekenhuis. Wij behandelen ze snel (hoe sneller de hersenen weer zuurstof krijgen hoe beter) en sturen de radiologische beelden meteen naar het Haga Ziekenhuis. Daar weten collega’s welke patiënt met welk ziektebeeld eraan komt. Daar zorgt voor een enorme tijdswinst.”

Integrale samenwerking

Ook het verstevigen van de samenwerking tussen verschillende domeinen en organisaties wordt vaak genoemd. “Een van mijn patiënten met een CVA en gedragsproblemen had een indicatie voor plek in verpleeghuis om te revalideren,” vertelt neuroloog Judith Rath. “De organisatie die een plek beschikbaar had, had geen afspraak met de verzekeraar van mijn patiënt waardoor we hem niet konden uitplaatsen en zijn bed ook niet beschikbaar kwam voor een andere patiënt. Dat moeten we toch beter integreren zodat we dit soort problemen voorkomen.”

Het beter inzetten van elkaars rol en expertise kan ook door meer gebruik te maken van meekijk- en meedenkconsulten. Huisarts en voorzitter van de Huisartsenpost Joriet Schneider: “Een collega denkt vroeg in het proces met je mee. Dat kan op medisch, paramedisch als welzijnsgebied. De patiënt krijgt sneller de juiste zorg op de juiste plaats terwijl je als huisarts de regie houdt. Je bent efficiënter in je zorg: patiënten die je anders zou doorverwijzen, hoef je nu niet te verplaatsen.”

Hoe ervaarde Joriet het werken in de werkgroep? Schneider: “Het is waardevol om vanuit verschillende disciplines input op een onderwerp te krijgen. Er gebeurt al veel in Zoetermeer maar het is nog niet geïntegreerd. Daarom vinden we soms het wiel opnieuw uit. Meer contact met elkaar, elkaar beter leren kennen en van elkaar leren is belangrijk.”

Ook de werkgroep Acute GGZ benadrukt het belang van een praktische, regionale samenwerking. In Zoetermeer werken we met twee GGZ-organisaties, Parnassia Groep en Rivierduinen, die beiden de crisisdienst organiseren. Dit vraagt extra afstemming voor heldere en eenduidige afspraken. “We moeten vooral praktisch blijven kijken,” zegt kaderhuisarts Floor Grote, “en een gezamenlijke routekaart vanuit patiëntperspectief maken die we voortdurend aanpassen op actuele ontwikkelingen. We moeten voorkomen dat een GGZ-patiënt acuut wordt en daarmee een klinische opname dreigt. Dat doen we door een geïntegreerde GGZ ketenzorg, regionale samenwerking ook met andere domeinen en een afname van de wachtlijsten. Als een cliënt echt in een crisis komt, willen we in de toekomst één voordeur waar hij of zij naartoe kan.” Ook het voorbeeld van de Haagse Spoed kort terug. “In Den Haag beoordelen we zoveel mogelijk mensen in hun thuissituatie,” vertelt Bastiaan van der Hoeven directeur zorg volwassenen Haaglanden Parnassia Groep. “Maar er zijn ook andere mogelijkheden, zoals op het politiebureau en op de SEH. Meerdere opties zorgen ervoor dat we flexibel zijn als acute GGZ.”

Het opzetten van multidisciplinaire expertisenetwerken, waarin we de samenwerking intensiveren is ook onderwerp binnen de acute verloskunde. De werkgroep krijgt veel complimenten voor het formuleren van hun concrete doelstellingen, hoge ambitieniveau en vernieuwende oplossingen. “Er gebeurt al veel in Zoetermeer,” licht gynaecoloog Jos Roelofsen toe. “Doordat we het Verloskundig samenwerkingsverband hebben behandelen we in Zoetermeer veel meer zwangeren in de eerstelijn dan het landelijk gemiddelde. Dat willen we nog verder verbeteren. We willen een Multidisciplinair Overleg (MDO) starten waarbij we iedere zwangere bespreken en voor iedere zwangere een zorgplan op maat maken. Op die manier krijgt iedereen op het juiste moment de juiste zorg. Dat geeft ook meer duidelijkheid voor de patiënt: wat gaat er op welk moment gebeuren. Ook komen de meer risicovolle zwangerschappen eerder in beeld en kunnen we in een vroegtijdig stadium een traject uitzetten voor vrouwen die dat nodig hebben. Door nieuwe technieken zoals een Virtual Reality bril, kan je zorg verplaatsen van klinisch naar poliklinisch en soms zelfs naar thuis. Daar zit zeker gezondheidswinst.”

Spoedzorgketen kwetsbare ouderen

Huisarts Nicole Zwaga licht de pilot toe die gaat starten rondom de acute zorg voor kwetsbare ouderen. “We willen een oplossing creëren voor thuiswonende, kwetsbare ouderen die als gevolg van complexe multi problematiek een acute knik maken in hun dagelijks functioneren en daardoor zorg nodig hebben. We zetten in op drie pijlers. 1. Het verminderen van de instroom van deze patiënten door middel van vroegsignalering zoals in de MESO pilot en Advanced Care Planning. 2. Het verbeteren van de doorstroom en uitstroom, bijvoorbeeld door één telefoonnummer, het centraal coördinatiepunt, waar hulpverleners naartoe kunnen bellen en waarbij een transferteam met hen meedenkt en inzicht heeft in welke bedden beschikbaar zijn. Een huisarts hoeft daardoor niet zelf elk loket te bellen om te vragen of er een plek is. 3. Een vangnet te creëren waar kwetsbare ouderen terecht kunnen als het thuis even niet meer gaat. Deze pilot met de REO-bedden start binnenkort. Tijdens een opname van gemiddeld 9 dagen wordt het zorgprobleem van de patiënt in kaart gebracht door middel van een intensieve screening- en observatie. Het doel is de kwetsbare oudere weer goed op de rit te zetten, zodat deze met de juiste zorg en/of ondersteuning weer terug naar huis kan.”

Werkgroep Stadsbeeld

Begin oktober 2020 is een werkgroep Stadsbeeld gestart om het zorg- en welzijnslandschap van Zoetermeer te duiden in cijfers. “We hebben met name gekeken naar zorggebruik, bevolkingsontwikkeling, leefstijl en welzijn,” zegt Anne-Claire Joon voorzitter van de werkgroep. “De urgentie dat we in Zoetermeer in beweging moeten komen, komt heel duidelijk uit de cijfers naar voren. De actuele beelden en onderbouwingen kunnen we gebruiken voor het kwantificeren van doelstellingen voor het programma Zoetermeer 2025 en de gepresenteerde ontwerpen. Het is een levend document waar we graag aan blijven werken.” Joon biedt een eerste versie van hun rapport aan aan Jeroen van der Oever, voorzitter van de Regiegroep Zoetermeer 2025. Het rapport is vanaf februari voor iedereen beschikbaar.

Van der Oever: “Het is belangrijk om concreet te maken wat er aan het gebeuren is. We gaan de ontwerpen die jullie hebben gepresenteerd bij elkaar brengen. De prioriteit in het eerste kwartaal van dit jaar ligt op de acute zorg. Naast de inhoudelijke voorbereidingen op onderwerpen hebben we als Regiegroep ook nagedacht over hoe onze samenwerking nog concreter kunnen vormgeven en toekomstvast maken. Daartoe gaan we een vereniging oprichten, de Vereniging Gezondheidsregio Zoetermeer. Onderdeel van de vereniging zijn de Zoetermeerse huisartsen en eerstelijnshulpverleners, die ondersteund worden door de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), ouderenzorg- en welzijnsnetwerk Fundis, GGZ-instellingen Parnassia Groep en Rivierduinen en het LangeLand Ziekenhuis. Daarbij blijven we nauw samenwerken met de gemeente Zoetermeer en zorgverzekeraars CZ en Menzis.”

Afsluiting tweedaagse 2020

Met deze presentaties wordt de Zoetermeer tweedaagse afgerond. Op 5 en 6 oktober 2020 spraken ruim 90 professionals uit de zorg, bestuurders en directeuren uit 16 organisaties over de toekomst van zorg in Zoetermeer. Omdat de sessie volledig online plaatsvond, was tijdens de bijeenkomst onvoldoende ruimte om na te denken over de toekomstige inrichting van een aantal zorgthema’s. Daardoor hebben de afgelopen weken verschillende werkgroepen doorgepraat over de onderwerpen: 1) acute GGZ, 2) acute verloskunde, 3) chronische zorg COPD, 4) chronische zorg neurovasculair, 5) chronische zorg cardiovasculair en diabetes mellitus en 6) oncologische en palliatieve zorg.

“Professionals zelf hebben de toekomstontwerpen gemaakt en tijd vrijgemaakt in hun drukke agenda’s,” zegt Chris de Jong huisarts en voorzitter Huisartsen Vereniging Zoetermeer. “Dat waardeer ik enorm. Samen hebben ze gezocht naar oplossingen en vernieuwingen om de toekomst mogelijk te maken. Dat geeft grote betrokkenheid om er ook daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.”

Hoe nu verder?

“Alle resultaten nemen we de komende maand mee in het opstellen van een programmaplan en een regionale routekaart voor een gezonde regio in Zoetermeer in 2025,” zegt Heleen van Nispen programmadirecteur Zoetermeer 2025. “Daarin wordt ook een focus en prioritering opgenomen. We kunnen niet alles tegelijk en moeten zorgen voor een realistische planning zodat de inzet van verleners van zorg en welzijn haalbaar is in deze drukke tijd. Het streven is om dit programmaplan in het eerste kwartaal van 2021 met jullie te delen. We gaan deze energie vasthouden en ik kijk uit naar de volgende stappen, samen met jullie.”

“Aandachtspunten voor de vervolgstappen zijn het scherp maken van de doelstellingen,” zegt Joep de Groot, bestuursvoorzitter CZ. “Zijn ze scherp genoeg? En dragen ze ook echt bij aan de patiënt? Mijn advies voor de routekaart van Zoetermeer is focus je op een beperkt aantal interventies die de meeste impact hebben. Laten we zo snel mogelijk aan de slag gaan en opschalen van 1 naar 10 naar 100. 1. Werk je ontwerp uit samen met patiënt en zorgverleners, 10. Doe de pilot waarvan je leert en 100. Schaal op en rol uit waarbij je de hele regio betrekt. Ik sluit me graag aan bij het motto “Als het ergens kan, dan kan het hier in Zoetermeer.”